Les 8 van 8
Les 8: Terminologie — de taal van WordPress
Je hebt de afgelopen lessen al veel WordPress terminologie voorbij zien komen. In deze laatste les zetten we de belangrijkste begrippen op een rij — zodat je ze bij de hand hebt als je ergens anders verder leest, een vraag stelt op een forum, of een gesprek hebt met een WordPress-professional.
Dit is geen droge woordenlijst. We leggen elk begrip uit zoals het in de praktijk werkt.
Dashboard
De achterkant van je site. Alles wat jij ziet als je bent ingelogd via /wp-admin, is het dashboard. Bezoekers zien dit nooit. Het is je bedieningspaneel: hier schrijf je content, installeer je plugins, stel je menu’s in en beheer je alles.
Frontend vs. Backend
Frontend is wat bezoekers zien: de website zoals hij in de browser verschijnt. Backend is het dashboard — de beheerkant. Als iemand zegt “dat moet je in de backend aanpassen”, bedoelen ze: log in en doe het via het dashboard.
Slug
Het URL-gedeelte dat specifiek naar een pagina of bericht verwijst. Voor de pagina jouwsite.nl/over-ons/ is over-ons de slug. WordPress maakt automatisch een slug aan op basis van de titel, maar je kunt hem altijd aanpassen. Gebruik altijd kleine letters, koppeltekens in plaats van spaties, en geen speciale tekens.
Permalink
De volledige URL van een pagina of bericht. Dat is de slug gecombineerd met je domeinnaam. In Instellingen → Permalinks kies je de structuur (we hebben dat in les 2 al ingesteld op “Berichtnaam”).
Widget
Een klein blokje met inhoud of functionaliteit dat je kunt plaatsen in specifieke gebieden van je thema — vaak de zijbalk (sidebar) of de footer. Voorbeelden: een zoekbalk, een lijst van recente berichten, je openingstijden. Widgets beheer je via Weergave → Widgets.
Moderne Block Themes werken steeds vaker zonder widgets — daar gebruik je gewoon blokken in de volledige site-editor. Maar in klassieke thema’s zijn widgets nog volop aanwezig.
Menu
De navigatiebalk van je site — de rij links bovenaan (of soms in de footer). Via Weergave → Menu’s bepaal je welke pagina’s erin staan, in welke volgorde, en of er submenu’s zijn. Een goed menu is de routekaart van je site.
Hook (actie en filter)
Dit is een ontwikkelaarstermen die je tegenkomt als je online naar WordPress-code zoekt. Hooks zijn koppelpunten in de WordPress code waarop plugins en thema’s kunnen “inhaken” om dingen toe te voegen of aan te passen. Als je geen code schrijft, hoef je hier weinig mee te doen — maar het helpt om te begrijpen waarom plugins zo flexibel zijn.
Child theme
Een child theme is een thema dat een ander thema (het “parent theme”) als basis gebruikt. Als je aanpassingen wilt maken aan je thema zonder die te verliezen bij een update, doe je dat in een child theme. Voor beginners die alleen de customizer gebruiken, is dit niet direct nodig — maar het is goed om te weten dat het bestaat.
WooCommerce
De meest gebruikte e-commerce plugin voor WordPress. Als je een webshop wilt bouwen, is WooCommerce bijna altijd het startpunt. Het is gratis in de basis; voor specifieke betaalmethoden (zoals iDEAL) of extra functies installeer je losse uitbreidingen.
Shortcode
Een stukje code tussen blokhaken dat je in een pagina of bericht plakt en dat automatisch iets genereert. Voorbeeld: [contact-form-7 id="5"] plaatst een contactformulier. Je hoeft zelf niets te programmeren — de plugin doet het werk, jij plakt alleen de shortcode op de juiste plek.
Custom Post Type (CPT)
WordPress heeft standaard “Berichten” en “Pagina’s”. Een Custom Post Type is een extra soort content die je zelf (of een plugin) kunt definiëren. Voorbeelden: “Projecten”, “Medewerkers”, “Recensies”. Elke CPT heeft zijn eigen menu in het dashboard en zijn eigen URL-structuur. Handig als je een specifiek type content wilt beheren dat niet past in berichten of pagina’s.
AVG / GDPR
De Europese privacywetgeving. Als je een website hebt voor Nederlandstalige bezoekers, ben je verplicht om:
- Een cookiebanner te tonen als je tracking-cookies gebruikt (bijvoorbeeld via Google Analytics)
- Een privacyverklaring te hebben
- Geen persoonsgegevens langer te bewaren dan nodig
Er zijn plugins die je hiermee helpen. Zorg dat je dit goed hebt geregeld voor je site live gaat.
En nu?
Je hebt de volledige cursus afgerond. Je weet nu:
- Wat WordPress is en hoe je het installeert
- Hoe pagina’s, berichten en media werken
- Hoe je de Blok Editor gebruikt
- Hoe je een thema kiest en instelt
- Welke plugins je nodig hebt en welke niet
- Hoe je je site veilig en up-to-date houdt
- De taal die WordPress-professionals spreken
De volgende stap is gewoon doen. Bouw je eerste echte site, maak fouten, zoek dingen op, en leer van de praktijk. Dat is hoe alle WordPress-professionals het hebben geleerd — ook degene die dit heeft geschreven.
Heb je vragen of loop je ergens vast? Neem gerust contact op. We helpen je graag verder.
Succes!