Les 4 van 8
Les 4: Productvariaties en categorieën
Verkoopt je kleding? Meubels in meerdere houtsoorten? Workshops op verschillende data? Dan heb je te maken met productvariaties. En hoe meer producten je hebt, hoe belangrijker een goede categoriestructuur wordt. In deze les behandelen we beide.
Productvariaties: het variabele product
Een variabel product is één product met meerdere uitvoeringen — elke combinatie van eigenschappen kan een eigen prijs, voorraad en afbeelding hebben.
Voorbeeld: een T-shirt in maten S, M, L, XL én kleuren wit, zwart, blauw — dat zijn 4 × 3 = 12 variaties. Elke variatie kan zijn eigen prijs hebben (XL kost soms meer) en eigen voorraad.
Stap 1: Maak een variabel product aan
Ga naar Producten → Nieuwe toevoegen. Verander in het blok “Productgegevens” het type van “Enkelvoudig product” naar “Variabel product”.
Stap 2: Attributen aanmaken
Klik op het tabblad Attributen. Klik op “Aangepast attribuut toevoegen”. Vul in:
- Naam: Maat
- Waarden: S | M | L | XL (met verticale streepjes gescheiden)
- Vink aan: “Zichtbaar op productpagina” en “Gebruikt voor variaties”
Herhaal dit voor het attribuut Kleur. Sla de attributen op.
Stap 3: Variaties genereren
Ga naar het tabblad Variaties. Kies in het dropdown “Genereer variaties van alle attributen” en klik op “Ga”. WooCommerce maakt automatisch alle combinaties aan — in ons voorbeeld 12 variaties.
Klik daarna elke variatie open en vul in:
- Prijs (verplicht — WooCommerce publiceert de variatie niet zonder prijs)
- Voorraad (optioneel)
- Afbeelding (optioneel maar sterk aanbevolen — zo ziet de klant de juiste kleur als hij kiest)
Globale attributen vs. productspecifieke attributen
Als je vaker hetzelfde attribuut gebruikt (bijv. “Maat” voor al je kleding), maak dan een globaal attribuut aan via Producten → Attributen. Die kun je bij elk product opnieuw gebruiken zonder opnieuw te typen. Handiger en consistenter.
Categorieën: je shop structureren
Productcategorieën zijn de indeling van je webshop. Ze helpen bezoekers snel te vinden wat ze zoeken, en ze helpen Google begrijpen hoe je shop is opgebouwd.
Categorieën aanmaken
Ga naar Producten → Categorieën. Vul in:
- Naam: De zichtbare naam, bijv. “Keukenaccessoires”
- Slug: De URL, bijv. “keukenaccessoires” — WordPress vult dit automatisch in
- Bovenliggende categorie: Laat leeg voor een hoofdcategorie, of kies een bovenliggende voor een subcategorie
- Beschrijving: Optioneel, maar goed voor SEO — een korte uitleg wat er in deze categorie zit
- Afbeelding: Een categoriebanner of icoon — verschijnt op de categoriepagina
Hoeveel categorieën?
Houd het overzichtelijk. Een hoofdmenu met 3–7 categorieën is ideaal. Te veel categorieën verwarren bezoekers en verdunnen je SEO.
Gebruik subcategorieën alleen als je echt een grote collectie hebt in een bepaalde hoofdcategorie. Een shop met 20 producten heeft geen subcategorieën nodig.
Standaardcategorie
Elk product zonder categorie valt automatisch in de categorie “Niet gecategoriseerd”. Dat ziet er slordig uit in je shop. Verander de naam van deze standaardcategorie via Producten → Categorieën, of zorg dat elk product minimaal één eigen categorie heeft.
Producttags
Naast categorieën kun je ook producttags gebruiken — losse trefwoorden die je aan een product koppelt. Ze verschijnen op de productpagina en maken het makkelijker om vergelijkbare producten te vinden.
Gebruik tags voor specifieke eigenschappen: “handgemaakt”, “biologisch”, “cadeau”, “beperkte oplage”. Overdrijf niet — 3 tot 5 tags per product is genoeg.
Opdracht
Maak minstens twee productcategorieën aan die bij jouw shop passen. Koppel je bestaande producten aan de juiste categorie. Maak daarna één variabel product aan — ook als het fictief is — met minimaal twee attributen en vier variaties, elk met een eigen prijs.