Les 2 van 8
Les 2: Voor wie schrijf je? Jouw doelgroep in beeld
Goede teksten beginnen niet achter een toetsenbord. Ze beginnen bij een grondig begrip van wie je lezer is — wat hij wil, wat hem wakker houdt ’s nachts, hoe hij over jouw dienst nadenkt en welke taal hij zelf gebruikt.
De valkuil van de binnenkant
De meeste ondernemers schrijven vanuit zichzelf. Ze beschrijven wat ze doen, hoe lang ze het al doen en wat ze er trots op zijn. Begrijpelijk — maar het is precies het tegenovergestelde van wat een bezoeker nodig heeft. Een bezoeker komt op jouw site met één vraag: “Kan jij mijn probleem oplossen?”
De klantpersona
Een klantpersona is een fictief maar concreet profiel van jouw ideale klant. Niet “MKB’ers in Noord-Nederland”, maar een specifiek persoon: Marco, 44 jaar, eigenaar van een loodgietersbedrijf met 3 medewerkers. Hij heeft een oude website die nauwelijks bezoekers trekt. Hij weet dat het beter moet maar heeft geen tijd en weet niet wat het kost. Hij wil een professionele site die vanzelf klanten oplevert — en hij is bang om veel geld uit te geven aan iets wat niks oplevert. Met dit profiel schrijf je fundamenteel anders dan wanneer je schrijft voor “ondernemers”.
Hoe maak je een klantpersona?
Je hoeft niets te verzinnen — je hebt al de beste bron: je bestaande klanten. Vraag drie van je beste klanten om 15 minuten. Stel ze: “Wat was de aanleiding dat je naar ons zocht?”, “Wat was voor jou de doorslag?”, en “Hoe zou je ons omschrijven aan een vriend?” Die laatste vraag is goud. De woorden die klanten gebruiken om jou te beschrijven zijn precies de woorden die je op je website moet zetten.
Voordelen vs. eigenschappen
Klanten kopen geen eigenschappen — ze kopen wat die eigenschappen voor hen betekenen. Gebruik de “zo-dat”-test: schrijf de eigenschap op en vul in: “…zodat jij…” “Wij werken met vaste prijsafspraken… zodat jij nooit voor verrassingen staat op de eindafrekening.” Vraag bij elke eigenschap: “Dus wat dan? Wat betekent dit voor de klant?”
Opdracht
Schrijf een klantpersona voor jouw ideale klant: naam, beroep, situatie, probleem, wens en angst. Zo specifiek mogelijk. Plak hem naast je monitor. Elke tekst die je schrijft, schrijf je voor die ene persoon. Doe daarna de “zo-dat”-test op drie eigenschappen van jouw bedrijf.